Het onderzoek in het kort
De uitslag van uw baarmoedermond uitstrijkje was afwijkend. Daarom heeft uw arts u doorverwezen naar onze gynaecoloog voor een baarmoederhalsonderzoek. Dit onderzoek wordt een colposcopie genoemd. Vaak neemt onze arts ook weefsel (biopt) van de baarmoederhals weg voor onderzoek.
Als u menstrueert kunt u de afspraak voor de colposcopie beter uitstellen tot de menstruatie is afgelopen.
Op de datum van het onderzoek komt u naar ons ziekenhuis. U wordt op de afdeling ontvangen door een verpleegkundige die u vertelt wat er gaat gebeuren. Onze gynaecoloog onderzoekt uw baarmoederhals. Vaak neemt hij of zij ook een stukje weefsel weg. Dit kan even pijn doen, maar niet zo erg dat een verdoving nodig is. Soms vraagt de gynaecoloog of u wilt hoesten: u voelt de pijn dan minder.
Het wegnemen van een stukje weefsel veroorzaakt een klein wondje dat kan bloeden. In de meeste gevallen is maandverband voldoende. Meestal stopt het bloedverlies binnen een paar dagen. Zolang u bloed verliest, is het beter om niet te vrijen.
Uw gynaecoloog vertelt u tijdens of na de colposcopie hoe uw baarmoederhals er uitziet. Als er een stukje weefsel is weggenomen, onderzoekt een patholoog dit in het laboratorium. De uitslag is na twee weken bekend. De gynaecoloog bespreekt met u hoe u de uitslag hoort: telefonisch of tijdens een vervolgbezoek.
Als uit het onderzoek blijkt dat de opbouw van het weefsel wat anders is dan normaal, spreekt men van een voorstadium van baarmoederhalskanker. Dat betekent niet, dat u werkelijk kanker zult krijgen, maar dat u op de lange duur meer kans hebt dat de afwijking kwaadaardig wordt.
Uw gynaecoloog bepaalt samen met u de behandelingsmogelijkheden. Vaak wordt er gekozen voor een poliklinische ingreep waarbij onder lokale verdoving de afwijkingen met een elektrisch lisje wordt weggeschild (“lisexcisie”). Als hiervoor een afspraak wordt gemaakt ontvangt u aanvullende informatie over deze behandeling.